AI zit vol jargon. Deze woordenlijst legt de belangrijkste begrippen eenvoudig uit, zodat je de rest van het onderwerp beter begrijpt.

Basisbegrippen

AI: computers die taken doen waar denken voor nodig is. Machine learning: leren uit data. Deep learning: leren met diepe neurale netwerken. Neuraal netwerk: een door het brein geïnspireerd rekenmodel.

Taal en modellen

LLM: groot taalmodel. Generatieve AI: maakt nieuwe inhoud. Prompt: je instructie aan de AI. Token: een stukje tekst dat een model verwerkt. Hallucinatie: een overtuigend fout antwoord.

Geavanceerd

RAG: antwoorden op basis van opgehaalde bronnen. AI-agent: AI die zelf stappen uitvoert. Multimodaal: tekst, beeld en geluid in één model. Open source AI: vrij te draaien en aan te passen. AI kan met overtuiging onzin vertellen (hallucineren). Controleer belangrijke feiten altijd bij een betrouwbare bron — AI is geschikt voor een concept, niet als laatste woord.

Denk je erover na om AI in je bedrijf te gebruiken? Er bestaan platforms die AI-functies (chat, automatisering, apps) op één plek samenbrengen in plaats van losse tools — bijvoorbeeld osFoundry, een platform voor agent-AI waarbij je je eigen modellen meeneemt (BYOK).

Lees ook

Dit is algemene informatie, geen professioneel advies. Prijzen en functies veranderen — controleer altijd de officiële site van de tool.